…er dagelijks in prime time ongeveer 45 minuten (tussen 19u15 en 20u) gewijd wordt aan overlijdensberichten op de nationale zender. Begrijpelijk als je in achting neemt wat voor feest een begrafenis hier is, maar geef mij toch maar Ben Crabbé (Mo zam bique schrijft niet – Hij is lam, mo slim!!).
…het exact 2u43 duurt om bij de elektriciteitsmaatschappij je aanvraag te gaan betalen en het bewijsje te krijgen. Het is te zeggen het bewijs heb je dan nog niet, daarvoor moet je terugkomen als de directeur getekend heeft. En die is er natuurlijk niet. Ik weet niet wat het record sauna-zitten is, maar 2u43 moet op zijn minst een Mechels record zijn.
…ik van verschillende andere records - Strandjeannet zijnde - noodgedwongen op de hoogte ben. Zo ook van het feit dat Daniel Amokachi namens Brugge het eerste doelpunt in het nieuwe poule-systeem van de Champions League op zijn naam schreef
…zo een zaken altijd handig zijn als de grote CTB-baas van Benin in een discussie over voetbal beweert dat Lierse (de arme man supportert immers voor deze ploeg) de eerste Belgische ploeg was die zich plaatste voor de nieuwe vorm van de Champions League. Hij probeerde hiermee het heroïsche feit te counteren dat KV Mechelen de laatste Belgische club was die een Europese Beker mee naar huis nam. Mis poes dus en deze vrijwilliger een Duvel rijker
…ik eerder in de week een andere weddenschap winnend afsloot, zij het voor een hele bak Duvel. Zoals eerder vermeld is Veerle uit Sinaï een vriendelijk meisje, zelfs als je het feit in achting neemt dat ze in de scouts zat en bijgevolg automatisch de Chiro in het belachelijke trekt. Nu ben ik van nature niet chauvinistisch (slechts enkele intieme vrienden zijn op de hoogte van het feit dat ik van Mechelen afkomstig ben), maar als bovenvermelde dame beweert dat die sjor-tapetten met hun sjaaltjes talrijker zijn in Vlaanderen dan de jeugdbeweging waarvoor ik 13 jaar lang wekelijks in een korte broek rondliep, dan durf ik al wel eens iets op het spel zetten. Ook zij sloeg de bal dus mis, waardoor ik waarschijnlijk een drankprobleem zal hebben wanneer ik in België terugben
…de nationale feestdag op 1 augustus valt en dit telkens een enorm feest is. En dit jaar wordt het gehouden in, jawel Lokossa, het Mechelen van Benin zeg maar. Een stadje in volle bloei en aangezien alle wegen heraangelegd zullen worden om de president waardig te ontvangen zal het er enkel op beteren
…de deelnemers van de Toeareg Trail er niet minder gelukkig om zullen worden. Deze mannen vertrekken vanuit Frankrijk met een 2-chevau’tje, ook wel een geitje genoemd, om aan te komen in Grand Popo. Deze week was hun blijde intrede een feit. Dat wil zeggen feesten in Grand Popo en later in Cotonou. Deze trein (of beter karavaan) laat ik echter gewillig aan mij voorbij gaan vermits er vermoedelijk een heleboel ‘vieux gaspillés’ tussen die mannen zitten. In Natitingou bijvoorbeeld was er zo één blijven plakken. 60 plusser met een poepeke van rond de 20 (waarmee hij al 5 jaar samen is, you do the math)
…ik voor de vlaamstalige gemeenschap in Cotonou zwarte Piet zal spelen. 7 miljoen beninezen en kiezen ze toch wel een 2 meter lange blanke om de Sint zijn hulpje te vermenselijken.
…de vrijwilligers binnenkort een case de passage hebben en ondergetekende halfgewild is gebombardeerd tot verantwoordelijke (samen met Griet). Dus als iemand ooit een toeareg trail overweegt, wees dan gerustgesteld dat er bij aankomst een overnachting kan geregeld worden (uitgenomen vieux gaspillés)
Foto's
Eindelijk eens de moed gehad om enkele foto's up te loaden, u merkt achtereenvolgens
- vrijwilligersweekend van mei (!) in reggaebar de Zion
- feestje in hetzelfde establissement (zoek de martiniquaanse ex-huisgenote)
- weekendje met de VDOS-verantwoordelijke in Ganvié, het dorp op het meer
- dagje plage (toen we uitgenodigd werden door de libanezen) te cotonou
- foire telefood te Lokossa alwaar de verschillende BTC-projecten werden voorgesteld en bezoek kregen van de minister
grtz
k
- vrijwilligersweekend van mei (!) in reggaebar de Zion
- feestje in hetzelfde establissement (zoek de martiniquaanse ex-huisgenote)
- weekendje met de VDOS-verantwoordelijke in Ganvié, het dorp op het meer
- dagje plage (toen we uitgenodigd werden door de libanezen) te cotonou
- foire telefood te Lokossa alwaar de verschillende BTC-projecten werden voorgesteld en bezoek kregen van de minister
grtz
k
Het sociale leven
Zoals eerder vermeld mag er ook al eens gelachen worden. Het sociale leven is hier niet wat het is in België (vergeet de kwisjes, sambapietenavonden met Champions League achteraf, spelletjes of urenlang tooghangen alvorens in een te kleine zetel te crashen). Edoch we doen ons best om soortgelijke ervaringen op te bouwen en vermits Lokossa iets dichter bij de bewoonde wereld is dan Natitingou, kan er al eens naar de hoofdstad of het strand afgezakt worden. Enkele voorbeelden van vrijetijdsbesteding:
Grand-Popo is zowat het Oostende van Benin: plage, toeristen en makkelijk te bereiken vanuit Mechelen (ook wel het Lokossa van België genoemd). Gelukkig nog geen enkel spoor van De Decker, maar het is wel de thuis van een andere Verlosser. In Grand Popo vinden we immers de Zion terug, wat naast de achtertuin van Jezus tevens een befaamde reggae-bar is in de parel aan de Beninese Kust. Een hele avond dansen op enkel reggae-muziek stond dus geprogrammeerd, voor alles een eerste keer. Daarvoor was wel drank nodig, lots of it en helaas kan je je dan wel eens vergissen. Want nu heb ik niets tegen rokers, maar is het echt nodig om de peuken te droppen in lege bierflesjes? U voelt hem al komen, jaja, ik ben er tot tweemaal toe in geslaagd om een stevige teug peukenwater tot mezelf te nemen. Bovendien ging het tweemaal om hetzelfde flesje. Soit, voor alles een eerste keer zeker? Alles went (tja de clichés waren in aanbieding) gelukkig, aangezien de tweede keer het kokhalzen al aanzienlijk minder fel was.
Het feeërieke Grand Popo was eveneens de locatie voor een weekendje onder volontaires. Bucky volledig gehoorzamend werd er tijdens dat weekend ook stevig gewerkt, zo hadden we ineens een excuus om van de diensten van een chauffeur te genieten. Van het verhoopte feest was echter geen spoor, van woordenwisselingen en meningsverschillen des te meer.
Voor ventenavonden met voetbal wordt er afgezakt naar Comé, alwaar drie andere mannelijke vrijwilligers zich gevestigd hebben en alwaar er een Café Sport met reuzenscherm aanwezig is. Vier mannen dus, doe er een boek kaarten bij, een flesje rum en het resultaat is een avond ontspanning zonder geblaat over relaties, gevoelens of kinderwensen die uitmondt in een crash op een matje.
Ook voor het echte voetbalwerk werd een oplossing gevonden, zij het niet de ideale. Plaats van het gebeuren is immers Cotonou, dus ik kan me slechts sporadisch uitleven in wonderbaarlijke dribbels en Braziliaanse passeerbewegingen. Ploegmaats van dienst zijn een bende blanken, waarvan de overgrote meerderheid Libanezen (die noemen ze hier dus ook blanken). Als Mechelaar vertrok ik met het vooroordeel dat voetballers met een licht gebruinde huidskleur wel eens hun zelfbeheersing kunnen verliezen. En ik werd niet teleurgesteld, elke sessie is er wel een uitbarsting na een zoveelste mislukte pas of gemiste kans (uiteraard van een speler uit de verliezende ploeg). Na enkele minuten gesticuleren en discussiëren met verheven stem wordt dit echter steevast met een gemoedelijke handdruk opgelost om na de match even goede vrienden te blijven. Dat is even anders dan in het Mechelse, alwaar er ook al eens een handdruk kan uitgedeeld worden, zij het iets minder wederzijds, eerder in het gebied van het aangezicht en steevast door een (extreem) rechtse. Ah en om in het Mechelse te blijven, het hotel waar we spelen noemt zonder te zwanzen Hotel Marina, vermoedelijk om rechtstreeks te concurreren met de Hilton-keten.
Naast voetbalfanaten zijn Libanezen ook supergastvrij. Zo werden we tijdens een dagje strand te Cotonou (enkele vriendjes van Cotonou delen een strandhuisje alwaar in de weekends al eens een barbecue wordt gehouden) uitgenodigd om de schapen te bewonderen die door onze buren geslacht werden om vervolgens uitgenodigd te worden op een braspartij in het aanpalende strandhuisje. Een vijftiental strontzatte ontblote libanezen, allen in Benin ‘voor zaken’, dansend op de tafel, Arabische liederen zingend. Het ene aanwezige meisje (met enkel het aangezicht dat het daglicht mocht aanschouwen) leek zich maar weinig te amuseren en had haar dan maar op de waterpijp gestort.
Een ander recent feest was de begrafenis van de moeder van een collega, Lazare. Jawel een begrafenis is hier werkelijk een feest! Aangezien Lazare één of andere koning van zijn dorp/quartier is werden kosten noch moeite gespaard om de zeer talrijke aanwezigen (ik schat een honderd à honderdvijftig) te voorzien van brood, drank en spelen. Zo zou ik ook wel willen begraven worden. Je moet er echter niet naartoe gaan et een enorme kater (zoals ondergetekende). Immers, aangezien elke zoon apart iets organiseert komt het voor dat er tegelijkertijd twee concerten plaatsvinden op een tiental meter van elkaar, terwijl op hetzelfde moment de plaatselijke percussie-groep letterlijk voor je neus je trommelvliezen op de proef komt stellen (hun enige doel is werkelijk dat je ze zo snel mogelijk wat kleingeld toestopt waarop ze je met rust laten alvorens hun kans te wagen bij je buurman/vrouw). Niet echt bevorderend voor pijnlijke haarwortels, dat lijkt me duidelijk.
In Lokossa beperkt het sociale leven zich tot terrasjes doen met de chauffeurs en de enige andere blanke van ’t stad (een sympathieke Duitse). Als er bevriende mensen passeren kan er al eens doorgezakt worden (zeker als het toevalliggewijs mijn verjaardag betreft) met een Belgisch biertje of een flesje champagne.
U ziet, we doen ons best om ook in Benin af en toe eens door te zakken en eventueel te sofasurfen. Wat dat laatste betreft is er -in vergelijking met de heimat- wel vaker een bed beschikbaar dan een zetel. Zo ook in Cotonou, alwaar ik bij Veerle steeds welkom ben. Veerle is een sympathieke (tja ze leest nu eenmaal mijn blog) Oost-Vlaamse van Sinaï (bekend van de woestijn waarnaar kwajongens uit Belsele en omstreken na hun zoveelste scheve schaats verbannen werden ter bezinning) met een voorkeur voor de goede zaken in het leven zoals nespresso, witloof met hesp in den oven, vlaamse weekbladen en recente westerse muziek. Een oase in de culturele woestijn met andere woorden.
En dan heb ik het nog niet gehad over de discotheekbezoeken te Cotonou en Lokossa. Daar zijn immers telkens straffe verhalen aan verbonden die best uitgesteld worden tot net voor de terugkeer naar België (27 dec-12 jan) om de mama niet te hard te verontrusten…(wat een povere poging tot een cliffhanger moet voorstellen)
Grand-Popo is zowat het Oostende van Benin: plage, toeristen en makkelijk te bereiken vanuit Mechelen (ook wel het Lokossa van België genoemd). Gelukkig nog geen enkel spoor van De Decker, maar het is wel de thuis van een andere Verlosser. In Grand Popo vinden we immers de Zion terug, wat naast de achtertuin van Jezus tevens een befaamde reggae-bar is in de parel aan de Beninese Kust. Een hele avond dansen op enkel reggae-muziek stond dus geprogrammeerd, voor alles een eerste keer. Daarvoor was wel drank nodig, lots of it en helaas kan je je dan wel eens vergissen. Want nu heb ik niets tegen rokers, maar is het echt nodig om de peuken te droppen in lege bierflesjes? U voelt hem al komen, jaja, ik ben er tot tweemaal toe in geslaagd om een stevige teug peukenwater tot mezelf te nemen. Bovendien ging het tweemaal om hetzelfde flesje. Soit, voor alles een eerste keer zeker? Alles went (tja de clichés waren in aanbieding) gelukkig, aangezien de tweede keer het kokhalzen al aanzienlijk minder fel was.
Het feeërieke Grand Popo was eveneens de locatie voor een weekendje onder volontaires. Bucky volledig gehoorzamend werd er tijdens dat weekend ook stevig gewerkt, zo hadden we ineens een excuus om van de diensten van een chauffeur te genieten. Van het verhoopte feest was echter geen spoor, van woordenwisselingen en meningsverschillen des te meer.
Voor ventenavonden met voetbal wordt er afgezakt naar Comé, alwaar drie andere mannelijke vrijwilligers zich gevestigd hebben en alwaar er een Café Sport met reuzenscherm aanwezig is. Vier mannen dus, doe er een boek kaarten bij, een flesje rum en het resultaat is een avond ontspanning zonder geblaat over relaties, gevoelens of kinderwensen die uitmondt in een crash op een matje.
Ook voor het echte voetbalwerk werd een oplossing gevonden, zij het niet de ideale. Plaats van het gebeuren is immers Cotonou, dus ik kan me slechts sporadisch uitleven in wonderbaarlijke dribbels en Braziliaanse passeerbewegingen. Ploegmaats van dienst zijn een bende blanken, waarvan de overgrote meerderheid Libanezen (die noemen ze hier dus ook blanken). Als Mechelaar vertrok ik met het vooroordeel dat voetballers met een licht gebruinde huidskleur wel eens hun zelfbeheersing kunnen verliezen. En ik werd niet teleurgesteld, elke sessie is er wel een uitbarsting na een zoveelste mislukte pas of gemiste kans (uiteraard van een speler uit de verliezende ploeg). Na enkele minuten gesticuleren en discussiëren met verheven stem wordt dit echter steevast met een gemoedelijke handdruk opgelost om na de match even goede vrienden te blijven. Dat is even anders dan in het Mechelse, alwaar er ook al eens een handdruk kan uitgedeeld worden, zij het iets minder wederzijds, eerder in het gebied van het aangezicht en steevast door een (extreem) rechtse. Ah en om in het Mechelse te blijven, het hotel waar we spelen noemt zonder te zwanzen Hotel Marina, vermoedelijk om rechtstreeks te concurreren met de Hilton-keten.
Naast voetbalfanaten zijn Libanezen ook supergastvrij. Zo werden we tijdens een dagje strand te Cotonou (enkele vriendjes van Cotonou delen een strandhuisje alwaar in de weekends al eens een barbecue wordt gehouden) uitgenodigd om de schapen te bewonderen die door onze buren geslacht werden om vervolgens uitgenodigd te worden op een braspartij in het aanpalende strandhuisje. Een vijftiental strontzatte ontblote libanezen, allen in Benin ‘voor zaken’, dansend op de tafel, Arabische liederen zingend. Het ene aanwezige meisje (met enkel het aangezicht dat het daglicht mocht aanschouwen) leek zich maar weinig te amuseren en had haar dan maar op de waterpijp gestort.
Een ander recent feest was de begrafenis van de moeder van een collega, Lazare. Jawel een begrafenis is hier werkelijk een feest! Aangezien Lazare één of andere koning van zijn dorp/quartier is werden kosten noch moeite gespaard om de zeer talrijke aanwezigen (ik schat een honderd à honderdvijftig) te voorzien van brood, drank en spelen. Zo zou ik ook wel willen begraven worden. Je moet er echter niet naartoe gaan et een enorme kater (zoals ondergetekende). Immers, aangezien elke zoon apart iets organiseert komt het voor dat er tegelijkertijd twee concerten plaatsvinden op een tiental meter van elkaar, terwijl op hetzelfde moment de plaatselijke percussie-groep letterlijk voor je neus je trommelvliezen op de proef komt stellen (hun enige doel is werkelijk dat je ze zo snel mogelijk wat kleingeld toestopt waarop ze je met rust laten alvorens hun kans te wagen bij je buurman/vrouw). Niet echt bevorderend voor pijnlijke haarwortels, dat lijkt me duidelijk.
In Lokossa beperkt het sociale leven zich tot terrasjes doen met de chauffeurs en de enige andere blanke van ’t stad (een sympathieke Duitse). Als er bevriende mensen passeren kan er al eens doorgezakt worden (zeker als het toevalliggewijs mijn verjaardag betreft) met een Belgisch biertje of een flesje champagne.
U ziet, we doen ons best om ook in Benin af en toe eens door te zakken en eventueel te sofasurfen. Wat dat laatste betreft is er -in vergelijking met de heimat- wel vaker een bed beschikbaar dan een zetel. Zo ook in Cotonou, alwaar ik bij Veerle steeds welkom ben. Veerle is een sympathieke (tja ze leest nu eenmaal mijn blog) Oost-Vlaamse van Sinaï (bekend van de woestijn waarnaar kwajongens uit Belsele en omstreken na hun zoveelste scheve schaats verbannen werden ter bezinning) met een voorkeur voor de goede zaken in het leven zoals nespresso, witloof met hesp in den oven, vlaamse weekbladen en recente westerse muziek. Een oase in de culturele woestijn met andere woorden.
En dan heb ik het nog niet gehad over de discotheekbezoeken te Cotonou en Lokossa. Daar zijn immers telkens straffe verhalen aan verbonden die best uitgesteld worden tot net voor de terugkeer naar België (27 dec-12 jan) om de mama niet te hard te verontrusten…(wat een povere poging tot een cliffhanger moet voorstellen)
The Chronicles of Malaria Part II
Zozo, de teller staat op twee. Deze keer was de palu iets hardnekkiger. In een recordtempo steeg de temperatuur tot 40° (en dan heb ik het niet over het klimaat waar menige Vlaamse vrouw wel zin in heeft als ze ‘s ochtends haar melkpotten aanschouwt in de spiegel, neen het is was wel degelijk een volledig eigen warmteproductie). Wegens gebrek aan collega’s in de buurt de eerstvolgende 24u en de onmogelijkheid om langer dan 5 seconden te bewegen dan toch maar besloten om de zelf-medicatie-methode toe te passen. En het moet gezegd, Malarone doet wonderen. Na anderhalve dag zit ik zelfs terug op post, zij het langzaamaan uiteraard (maar daar moet je hier niet echt ziek voor zijn). Geluk bij een ongeluk is dat een mens tijdens anderhalve dag strijk liggen genoeg tijd heeft om na te denken over aanvullingen voor de lidkaart van de ‘palu-spouwers’, zoals daar zijn
-) Favoriet maal om terug op krachten te komen: palung int groen alsook pallukes in tomatensaus
-) Favoriete job na het vrijwilligersbestaan: pallutie-agent worden die flitspalun installeert
-) Favoriet hulpmiddel bij een beninese stortbui : Parapalu
-) Favoriete stad in Sicilië: Palurmo
-) Favoriet gemis ten opzichte van het leven in belgië: de luchtpallutie
-) Favoriet loser in verkiezingen: Sarah Palun
-) Favoriete film van Almodóvar: La Malaria Educacion
-) Favoriet wielermoment: de sprint waarbij Wilfried Nelissen een verkeerspalutje raakt en in de palustrades vliegt
-) Favoriet leesvoer om dyslectische leerlingen te ondersteunen: alle songteksten van Palu Anka
-) Favoriet Jungle Book personage: Palu de Beer
Bijkomende suggesties zijn welkom. De beste inzendingen krijgen een gratis parasiet, uit een orgaan naar keuze, zolang de voorraad strekt. Een gele koorts-briefkaart kan sinds recent gestuurd worden naar het volgende adres
Klaas Van den Heede
BP 460
Lokossa
Bénin
(vergeet vooral niet Benin te specifiëren, Afrika is niet voldoende zoals een test al heeft uitgewezen):
-) Favoriet maal om terug op krachten te komen: palung int groen alsook pallukes in tomatensaus
-) Favoriete job na het vrijwilligersbestaan: pallutie-agent worden die flitspalun installeert
-) Favoriet hulpmiddel bij een beninese stortbui : Parapalu
-) Favoriete stad in Sicilië: Palurmo
-) Favoriet gemis ten opzichte van het leven in belgië: de luchtpallutie
-) Favoriet loser in verkiezingen: Sarah Palun
-) Favoriete film van Almodóvar: La Malaria Educacion
-) Favoriet wielermoment: de sprint waarbij Wilfried Nelissen een verkeerspalutje raakt en in de palustrades vliegt
-) Favoriet leesvoer om dyslectische leerlingen te ondersteunen: alle songteksten van Palu Anka
-) Favoriet Jungle Book personage: Palu de Beer
Bijkomende suggesties zijn welkom. De beste inzendingen krijgen een gratis parasiet, uit een orgaan naar keuze, zolang de voorraad strekt. Een gele koorts-briefkaart kan sinds recent gestuurd worden naar het volgende adres
Klaas Van den Heede
BP 460
Lokossa
Bénin
(vergeet vooral niet Benin te specifiëren, Afrika is niet voldoende zoals een test al heeft uitgewezen):
Het werken-leven
“Er mag gelachen worden, maar er moet gewerkt worden” om het met de woorden van Bucky te zeggen. En wat houdt dat werk hier precies in? Wel aangezien het project met de cashew-noten erop zit, ben ik zuidwaarts verhuisd naar Lokossa, vlak tegen de grens met Togo om te werken in het project FAFA. FAFA is niet de uitroep van een tandenloze dementerende bewoner van rusthuis De Laetsten Adem die bij de aankomst van Priester Rudy zijn vader meent te herkennen. Neeneen, het is het acroniem (ja op eenzame avonden durf ik al wel eens een Van Dale openslaan) voor Facilité d’Appui aux Filières Agricoles. En de filières agricoles in kwestie zijn ‘maraîchage’ en ‘riz’, respectievelijk ‘groententeelt’ en ‘rijst’ dus. Mijn werk bestaat momenteel uit terrein-bezoeken, logistiek en introducties
Laten we als introductie beginnen bij de introductie. Dit is simpelweg alle actoren bezoeken die ook maar wat betrokken zijn met rijst of groenten om het project en onszelf voor te stellen. En onszelf dat is momenteel ondergetekende vrijwilliger en Laurent Clarys. Want aangezien we pas gestart zijn en de BTC-procedures nu eenmaal ongelooflijk omslachtig zijn, is het voorlopig nog wachten op de andere 6 collega’s. Laurent is een frisse verschijning van 39 jaar (voor de Kim Pauwelsen onder ons ter verduidelijking: getrouwd met kinderen) die woont in naar eigen zeggen ‘de verste uithoek van Frankrijk, daar waar niemand wil komen’. Laten we zeggen, het Franse Voortkapelle.
De grootste hap van mijn tijd ben ik bezig met logistiek. Aangezien de bureau waarin we ons zullen installeren momenteel zo goed als een kraakpand is, moet er gezorgd worden voor alle aansluitingen (water, telefoon, elektriciteit etc). Dat wil zeggen, langsgaan bij openbare diensten en geloof me vrij, we spreken over ‘de collega’s’ in het kwadraat. Volgens mij gaan de sollicitatiegesprekken als volgt:
X: “Mevrouw, wat is uw motivatie om voor SBEE te werken (Beninese Electrabell)?”
Y: “Het lijkt me een echte uitdaging, ik houd van in groep…”
X (onderbreekt): “Excuses mevrouw, u bent niet wie we zoeken.”
Neen, motivatie lijkt me niet echt een troef voor die mannen. En jawel, mijn eerste ‘faux frais’ zijn een feit! Om de waterteller geïnstalleerd te krijgen werd er 20000 FCFA (equivalent van 30 euro) onder de tafel gestoken. Moeilijk te recupereren via factuur en tegen de BTC-regels, maar soms moet een mens pragmatisch zijn. Bij een terrasbezoek laat op de avond werden eveneens de mannen van OPT (de Beninese Belgacom) op een frisse pint getrakteerd. Neen, geef dan maar de privé, want die hebben we natuurlijk ook nodig voor allerhande werken (elektriek, loodgieters, metsers, internetters etc.). Helaas zijn ook hier de BTC-procedures ellenlang (openbare aanbestedingen) met de nodige vertragingen tot gevolg. Neem daarbij nog het feit dat Laurent de helft van de tijd in de hoofdstad achterblijft en ik er dus alleen voorsta en de ‘usual problems’ zoals uitvallende electriciteit (handig als je net iets aan het printen of kopiëren bent) en telefoonverbindingen en het lijkt me duidelijk dat de geduld-grens op het eind van de avond wel eens in het rood durft gaan. Vooral die telefoons zijn een ramp (ik heb hier trouwens twee telefoons, om de kans op een werkend netwerk te vergroten). Een uittreksel van een recent gesprek:
K:”Hallo, tis Klaas van BTC, van FAFA in Lokossa”
Y:”Eh?” (ze zeggen immers niet excuseer, pardon of wassegie)
K: (stem licht verheffend)”Klaas, van FAFA”
Y:”Eh?”
K: (licht geënerveerd en nog iets luider) “Klaas, van FAFA”
Y: “Eh, qui?”
K : (Volledig in het rooie aant gaan en luid roepend) : ‘KLAAS, van in Lokossa, van de BTC’
Y: “Ah ja, voorwat ist”
K: “Het is voor die factuur pro format voor het internet”
Y: “Eh?”
K: (zucht)’Tis nikske ik bel later wel eens terug”
Maar ik lijk met al dat gezaag wel een echte Belg (om niet te zeggen Mechelaar). Dus even de positieve noten toch ook. Die bestaan uit de gepaard gaande verantwoordelijkheid bij bovenstaande werk alsook de veldbezoeken: chillen tussen de rijst en groentevelden met de producteurs terwijl ik in snel tempo bijleer over de technische aspecten. Zo riskeer ik bij het volgende bezoek in België de hele naoogst-cyclus van de rijstkorrel uit te leggen (voor de slechte lezer, dit is een indirecte vraag om me geen rijst voor te schotelen). Ander positief punt was het organiseren van het BTC-standje op de ‘Foire de Sécurité Alimentaire’ van de FAO, alwaar de verschillende landbouwprojecten van BTC werden voorgesteld en we de Minister een polleke hebben mogen geven… En ja, er mag dus ook gelachen worden, en dat ontbreekt er de laatste tijd niet aan. Immers, het sociale leven begint stilaan uit te breiden, maar daarover later meer…
Laten we als introductie beginnen bij de introductie. Dit is simpelweg alle actoren bezoeken die ook maar wat betrokken zijn met rijst of groenten om het project en onszelf voor te stellen. En onszelf dat is momenteel ondergetekende vrijwilliger en Laurent Clarys. Want aangezien we pas gestart zijn en de BTC-procedures nu eenmaal ongelooflijk omslachtig zijn, is het voorlopig nog wachten op de andere 6 collega’s. Laurent is een frisse verschijning van 39 jaar (voor de Kim Pauwelsen onder ons ter verduidelijking: getrouwd met kinderen) die woont in naar eigen zeggen ‘de verste uithoek van Frankrijk, daar waar niemand wil komen’. Laten we zeggen, het Franse Voortkapelle.
De grootste hap van mijn tijd ben ik bezig met logistiek. Aangezien de bureau waarin we ons zullen installeren momenteel zo goed als een kraakpand is, moet er gezorgd worden voor alle aansluitingen (water, telefoon, elektriciteit etc). Dat wil zeggen, langsgaan bij openbare diensten en geloof me vrij, we spreken over ‘de collega’s’ in het kwadraat. Volgens mij gaan de sollicitatiegesprekken als volgt:
X: “Mevrouw, wat is uw motivatie om voor SBEE te werken (Beninese Electrabell)?”
Y: “Het lijkt me een echte uitdaging, ik houd van in groep…”
X (onderbreekt): “Excuses mevrouw, u bent niet wie we zoeken.”
Neen, motivatie lijkt me niet echt een troef voor die mannen. En jawel, mijn eerste ‘faux frais’ zijn een feit! Om de waterteller geïnstalleerd te krijgen werd er 20000 FCFA (equivalent van 30 euro) onder de tafel gestoken. Moeilijk te recupereren via factuur en tegen de BTC-regels, maar soms moet een mens pragmatisch zijn. Bij een terrasbezoek laat op de avond werden eveneens de mannen van OPT (de Beninese Belgacom) op een frisse pint getrakteerd. Neen, geef dan maar de privé, want die hebben we natuurlijk ook nodig voor allerhande werken (elektriek, loodgieters, metsers, internetters etc.). Helaas zijn ook hier de BTC-procedures ellenlang (openbare aanbestedingen) met de nodige vertragingen tot gevolg. Neem daarbij nog het feit dat Laurent de helft van de tijd in de hoofdstad achterblijft en ik er dus alleen voorsta en de ‘usual problems’ zoals uitvallende electriciteit (handig als je net iets aan het printen of kopiëren bent) en telefoonverbindingen en het lijkt me duidelijk dat de geduld-grens op het eind van de avond wel eens in het rood durft gaan. Vooral die telefoons zijn een ramp (ik heb hier trouwens twee telefoons, om de kans op een werkend netwerk te vergroten). Een uittreksel van een recent gesprek:
K:”Hallo, tis Klaas van BTC, van FAFA in Lokossa”
Y:”Eh?” (ze zeggen immers niet excuseer, pardon of wassegie)
K: (stem licht verheffend)”Klaas, van FAFA”
Y:”Eh?”
K: (licht geënerveerd en nog iets luider) “Klaas, van FAFA”
Y: “Eh, qui?”
K : (Volledig in het rooie aant gaan en luid roepend) : ‘KLAAS, van in Lokossa, van de BTC’
Y: “Ah ja, voorwat ist”
K: “Het is voor die factuur pro format voor het internet”
Y: “Eh?”
K: (zucht)’Tis nikske ik bel later wel eens terug”
Maar ik lijk met al dat gezaag wel een echte Belg (om niet te zeggen Mechelaar). Dus even de positieve noten toch ook. Die bestaan uit de gepaard gaande verantwoordelijkheid bij bovenstaande werk alsook de veldbezoeken: chillen tussen de rijst en groentevelden met de producteurs terwijl ik in snel tempo bijleer over de technische aspecten. Zo riskeer ik bij het volgende bezoek in België de hele naoogst-cyclus van de rijstkorrel uit te leggen (voor de slechte lezer, dit is een indirecte vraag om me geen rijst voor te schotelen). Ander positief punt was het organiseren van het BTC-standje op de ‘Foire de Sécurité Alimentaire’ van de FAO, alwaar de verschillende landbouwprojecten van BTC werden voorgesteld en we de Minister een polleke hebben mogen geven… En ja, er mag dus ook gelachen worden, en dat ontbreekt er de laatste tijd niet aan. Immers, het sociale leven begint stilaan uit te breiden, maar daarover later meer…
Senegal-Benin: 1-0
‘België! Jaja, daar spreken ze Engels he?’
‘Hoe jullie kennen elkaar niet? Jullie zijn toch blanken? Kennen alle blanken elkaar dan niet?’
‘Ja maar ik zie vaak naar series en da is daar allemaal zo mooi in Europa’ – terwijl het blijkt om Zuid-Amerikaanse tele-novelas te gaan
Dagelijks blijkt dat voor sommige beninezen (verre van allemaal uiteraard) de westerse wereld één grote uniforme koek is. Maar dat is andersom niet noodzakelijk anders natuurlijk, want op menig familiefeest wordt al eens een uitspraak opgevangen als
‘En ga je dan in tenten leven en zo?’
‘Amma jij spreekt al wat Afrikaans zekerst.’
‘Ah ik had uwen brief naar Afrika gestuurd, kwas er vergeten Benin bij te zetten, tzal daarmee zijn dat hij niet is aangekomen…’
Om maar te zeggen dat er in Afrika net als in Europa wel degelijk verschillen zijn tussen de landen. In Cotonou zit een hele hoop Italianen die voordien in Senegal gevestigd waren. Ideaal moment dus om eens te discussiëren over het verschil met Benin (ervan uitgaande dat wij als blanke buitenstaanders met beperkte verblijfsduur de verschillen kunnen waarnemen).
Blijkt toch dat net zoals bij de luidruchtige Hollanders, chauvinistische Fransen en dikke Duitsers (vooral de plaatselijke delegaties van de twee laatstgenoemde landen blijken bijna unaniem aan de vooroordelen te voldoen) ook een hele hoop waarheid zit in de clichés over de verschillende Afrikaanse landen. Toen ik immers in Senegal vertelde dat het volgende avontuur richting Benin zou zijn, werd me terstond op het hart gedrukt om toch maar voorzichtig te zijn. ‘Zeker met de meisjes, want die doen iets in uw drankje en kunnen u betoveren’. De vergiftiging-ervaringen (zie onder) bevestigen dit alleen maar en ook de Beninezen beamen zelf. ‘Hier is veel te veel wantrouwen en jaloezie monsieur Klaas’. ‘Moi, je n’ai pas d’amis, ma famille ça me suffit’. ‘Allez ge hebt die gewoon uitgenodigd ofwa en je hebt zelf samen gegeten, dat zou ik nu eens nooit doen’.
En inderdaad, zelf ben ik hier nog niet één keer bij een landelijke collega en/of vriend uitgenodigd om te komen eten. Terwijl ik in Senegal standaard 5 excuses kon opsommen om vriendelijk een uitnodiging te weigeren (niet dat er één van hielp) aangezien je daar nog maar iemand in de ogen moest kijken of er stond een bord voor je klaar. Even dacht ik indertijd dat het aan mijn fysiek lag, maar neenee de Italianen bevestigen. Senegal, pays du Teranga ofte land van de gastvrijheid. Ik moest er toen mee lachen, want zeggen ze dat niet in elk ontwikkelingsland? Ondertussen kan ik af en toe een nostalgisch gevoel van oververzadiging aan tcheebu djiens, yassa poulet en mafe niet onderdrukken…
‘Hoe jullie kennen elkaar niet? Jullie zijn toch blanken? Kennen alle blanken elkaar dan niet?’
‘Ja maar ik zie vaak naar series en da is daar allemaal zo mooi in Europa’ – terwijl het blijkt om Zuid-Amerikaanse tele-novelas te gaan
Dagelijks blijkt dat voor sommige beninezen (verre van allemaal uiteraard) de westerse wereld één grote uniforme koek is. Maar dat is andersom niet noodzakelijk anders natuurlijk, want op menig familiefeest wordt al eens een uitspraak opgevangen als
‘En ga je dan in tenten leven en zo?’
‘Amma jij spreekt al wat Afrikaans zekerst.’
‘Ah ik had uwen brief naar Afrika gestuurd, kwas er vergeten Benin bij te zetten, tzal daarmee zijn dat hij niet is aangekomen…’
Om maar te zeggen dat er in Afrika net als in Europa wel degelijk verschillen zijn tussen de landen. In Cotonou zit een hele hoop Italianen die voordien in Senegal gevestigd waren. Ideaal moment dus om eens te discussiëren over het verschil met Benin (ervan uitgaande dat wij als blanke buitenstaanders met beperkte verblijfsduur de verschillen kunnen waarnemen).
Blijkt toch dat net zoals bij de luidruchtige Hollanders, chauvinistische Fransen en dikke Duitsers (vooral de plaatselijke delegaties van de twee laatstgenoemde landen blijken bijna unaniem aan de vooroordelen te voldoen) ook een hele hoop waarheid zit in de clichés over de verschillende Afrikaanse landen. Toen ik immers in Senegal vertelde dat het volgende avontuur richting Benin zou zijn, werd me terstond op het hart gedrukt om toch maar voorzichtig te zijn. ‘Zeker met de meisjes, want die doen iets in uw drankje en kunnen u betoveren’. De vergiftiging-ervaringen (zie onder) bevestigen dit alleen maar en ook de Beninezen beamen zelf. ‘Hier is veel te veel wantrouwen en jaloezie monsieur Klaas’. ‘Moi, je n’ai pas d’amis, ma famille ça me suffit’. ‘Allez ge hebt die gewoon uitgenodigd ofwa en je hebt zelf samen gegeten, dat zou ik nu eens nooit doen’.
En inderdaad, zelf ben ik hier nog niet één keer bij een landelijke collega en/of vriend uitgenodigd om te komen eten. Terwijl ik in Senegal standaard 5 excuses kon opsommen om vriendelijk een uitnodiging te weigeren (niet dat er één van hielp) aangezien je daar nog maar iemand in de ogen moest kijken of er stond een bord voor je klaar. Even dacht ik indertijd dat het aan mijn fysiek lag, maar neenee de Italianen bevestigen. Senegal, pays du Teranga ofte land van de gastvrijheid. Ik moest er toen mee lachen, want zeggen ze dat niet in elk ontwikkelingsland? Ondertussen kan ik af en toe een nostalgisch gevoel van oververzadiging aan tcheebu djiens, yassa poulet en mafe niet onderdrukken…
Blikken Doos
Tijdens het laatste weekendje in het Noorderlijke Natitingou bleek mijn (overigens zeer aantrekkelijke) huisgenote van Martinique haar familie op bezoek te hebben. Op haar zuster niets aan te merken, zij was er ook al bij in juli en het moet gezegd, het is een al even fruitig konijn. Haar ouders bleken ook sympathiek maar waren op zijn minst ‘een beetje raar’ te noemen.
Nu, een beetje enthousiasme mag er al wel eens bij zijn, maar mijn realistische haar komt recht van mensen die van alles verwonderd geraken en het ‘toch zo geweldig en magnifiek’ vinden. Als ze het dan voor hun houden, even goede vrienden, maar is het werkelijk nodig om ondertussen toch redelijk doorwinterde btc-vrijwilligers alle beginselen van het Afrikaanse leven uit te leggen? ‘Euh ja mijnheer, wij vinden dat maniokstampen van die Afrikaanse vrouwen ook een geweldig spektakel. Ja hoor mijnheer, ook de driehonderdste keer dat we dat zien’. ‘Ja mijnheer, het is toch een andere wereld’.
Maar kom, enthousiaste mensen moeten er ook zijn, al zie ik ze liever achter de kazerne na een bal in de winkelhaak van Vleminckx. Zelfingenomen of –zoals later uiteraard bleek- valse intellectuelen daarentegen, wie heeft daar nu wat aan (buiten dan in de foyer van de Vooruit)? Het eerste teken aan de wand was er toen de gehele familie spontaan liedjes van Jaques Brel begint te citeren. Maar toen de vader vroeg ‘Of het stoort dat we even een gedicht voordragen’, was het toch even moeilijk om de giggle-loop te onderdrukken. Op zulke momenten komt het vooral aan op concentratie (Komaan man, serieus blijven, gewoon doen of dat een kei-normale vraag is en vooral, nee vooràl niet naar de medevrijwilliger kijken naast je die ook haar lach aan het onderdrukken is). Blijkt dus dat ze in familie de gewoonte hebben dat de papa een vers begint, waarop ieder om beurt met een regel aanvult. Want ‘Papa kent veel gedichten van buiten, een stuk of vijfhonderd, nietwaar papa?’. ‘Ja, op zijn mínst vijfhonderd, mijn dochter’ (niet opzij kijken, concentreer u op een vast punt). Uiteindelijk kwam er net op tijd een deus-ex machina binnenvallen. Een Beninees, dus het gesprek over poëzie konden ze wel even vergeten (oola). Helaas, want ‘Blikken doos’ lag op het puntje van de tong.
Even later had vaderlief nog een monoloog in petto over de schilderkunst. Zo eentje die hij waarschijnlijk al verschillende malen had uitgeprobeerd, want het moet gezegd zijn, er was geen speld tussen te krijgen. Kort samengevat was het een uiteenzetting met als ingrediënten het Prado, een klad verf, een robijn en verwondering. De tekst werd ondertussen integraal doorgefaxt naar rusthuis ‘Den laetsten adem’ kwestie van de mensen vredig te laten inslapen. Maar toen ons heerschap begon te vertellen dat ‘hij de Vlamingen had leren kennen door middel van de schilderkunst’ en dat ‘hij eindeloos kon genieten van Rubens, Brueghel en Bosch’ moest ondergetekende toch even specifiëren dat Bosch een Hollander is. Die zatte avonden als Strandjeannet in verlaten parochiezalen met teleurstellende prijzentafels leveren uiteindelijk dan toch iets op. Niet dat deze opmerking onze vriend ook maar één minuut van de wijs bracht. Integendeel, hij bleef vastberaden doorgaan. En wij maar hopen op een binnenvallende Beninees…
Nu, een beetje enthousiasme mag er al wel eens bij zijn, maar mijn realistische haar komt recht van mensen die van alles verwonderd geraken en het ‘toch zo geweldig en magnifiek’ vinden. Als ze het dan voor hun houden, even goede vrienden, maar is het werkelijk nodig om ondertussen toch redelijk doorwinterde btc-vrijwilligers alle beginselen van het Afrikaanse leven uit te leggen? ‘Euh ja mijnheer, wij vinden dat maniokstampen van die Afrikaanse vrouwen ook een geweldig spektakel. Ja hoor mijnheer, ook de driehonderdste keer dat we dat zien’. ‘Ja mijnheer, het is toch een andere wereld’.
Maar kom, enthousiaste mensen moeten er ook zijn, al zie ik ze liever achter de kazerne na een bal in de winkelhaak van Vleminckx. Zelfingenomen of –zoals later uiteraard bleek- valse intellectuelen daarentegen, wie heeft daar nu wat aan (buiten dan in de foyer van de Vooruit)? Het eerste teken aan de wand was er toen de gehele familie spontaan liedjes van Jaques Brel begint te citeren. Maar toen de vader vroeg ‘Of het stoort dat we even een gedicht voordragen’, was het toch even moeilijk om de giggle-loop te onderdrukken. Op zulke momenten komt het vooral aan op concentratie (Komaan man, serieus blijven, gewoon doen of dat een kei-normale vraag is en vooral, nee vooràl niet naar de medevrijwilliger kijken naast je die ook haar lach aan het onderdrukken is). Blijkt dus dat ze in familie de gewoonte hebben dat de papa een vers begint, waarop ieder om beurt met een regel aanvult. Want ‘Papa kent veel gedichten van buiten, een stuk of vijfhonderd, nietwaar papa?’. ‘Ja, op zijn mínst vijfhonderd, mijn dochter’ (niet opzij kijken, concentreer u op een vast punt). Uiteindelijk kwam er net op tijd een deus-ex machina binnenvallen. Een Beninees, dus het gesprek over poëzie konden ze wel even vergeten (oola). Helaas, want ‘Blikken doos’ lag op het puntje van de tong.
Even later had vaderlief nog een monoloog in petto over de schilderkunst. Zo eentje die hij waarschijnlijk al verschillende malen had uitgeprobeerd, want het moet gezegd zijn, er was geen speld tussen te krijgen. Kort samengevat was het een uiteenzetting met als ingrediënten het Prado, een klad verf, een robijn en verwondering. De tekst werd ondertussen integraal doorgefaxt naar rusthuis ‘Den laetsten adem’ kwestie van de mensen vredig te laten inslapen. Maar toen ons heerschap begon te vertellen dat ‘hij de Vlamingen had leren kennen door middel van de schilderkunst’ en dat ‘hij eindeloos kon genieten van Rubens, Brueghel en Bosch’ moest ondergetekende toch even specifiëren dat Bosch een Hollander is. Die zatte avonden als Strandjeannet in verlaten parochiezalen met teleurstellende prijzentafels leveren uiteindelijk dan toch iets op. Niet dat deze opmerking onze vriend ook maar één minuut van de wijs bracht. Integendeel, hij bleef vastberaden doorgaan. En wij maar hopen op een binnenvallende Beninees…
Inscription à :
Articles (Atom)